ECLI:NL:RVS:2022:3832
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asielaanvraag
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris bij besluit van 28 september 2022 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 oktober 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 december 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde partij.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.