ECLI:NL:RVS:2022:3803
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 september 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en uitstel van vertrek verleend. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 26 oktober 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek afgewezen omdat de uitvoering van het vonnis geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning van de staatssecretaris vraagt.
De voorzieningenrechter veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, op 16 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek van de staatssecretaris om een voorlopige voorziening te treffen is afgewezen.