ECLI:NL:RVS:2022:3719

Raad van State

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
14 december 2022
Zaaknummer
202207069/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling wegens niet in behandeling nemen verblijfsvergunning

De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 24 oktober 2022 niet in behandeling is genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 december 2022 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zijn voorgenomen overdracht op 14 december 2022 zou plaatsvinden.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 13 december 2022 bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen. Deze maatregel houdt in dat de voorgenomen overdracht op 14 december 2022 achterwege blijft, omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken. De rechter kondigde aan na het verstrijken van de termijn uitspraak te doen over het resterende deel van het verzoek.

Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €759,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel in aanwezigheid van griffier P.A.M.J. Graat.

Uitkomst: De voorzieningenrechter schort de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202207069/2/V2.
Datum uitspraak: 13 december 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 6 december 2022 in zaak nr. NL22.21738 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 12 december 2022 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 6 december 2022 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 14 december 2022 om 11:00 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht op 14 december 2022 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 december 2022
307