ECLI:NL:RVS:2022:3623
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- B.J. Schueler
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving veehouderij wegens ontbreken vergunning voor mestbewerking en opslag buiten bouwvlak
Het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het gebruik van een veehouderij aan de locatie A in Doetinchem af. Appellant stelde dat het houden van varkens buiten het bouwvlak en het scheiden en bewerken van mest met een mestscheider in strijd was met het bestemmingsplan Doetinchem Buitengebied 2000, herziening 2002, dat na vernietiging van latere plannen weer van kracht was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat de bouwvergunningen uit 2011 en 2012 slechts toestemming gaven voor het bouwen, niet voor het gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Voor het scheiden en bewerken van mest en opslag buiten vergunde bouwwerken was geen omgevingsvergunning verleend.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het verzoek om handhaving tegen mestbewerking en opslag buiten vergunde bouwwerken betrof. De Afdeling oordeelde tevens dat de beheersverordening die het college aanvoerde als rechtvaardiging onverbindend was omdat deze geen deugdelijke planologische afweging bevatte. Het college moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten van appellant vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het handhaving tegen mestbewerking en opslag buiten vergunde bouwwerken betreft en het college moet een nieuw besluit nemen.