ECLI:NL:RVS:2017:3569
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- S.F.M. Wortmann
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit mestscheidingsinstallatie wegens onverbindendheid beheersverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn had bij besluit van 20 juli 2015 het gebruik van een mestscheidingsinstallatie op een perceel in Drouwenerveen verboden en een dwangsom opgelegd wegens strijd met de beheersverordening "Buitengebied" die de bestemming "Wonen" aan het perceel gaf. Na bezwaar werd dit besluit herroepen omdat de beheersverordening onverbindend was wegens strijd met het bestemmingsplan dat de bestemming "Grondgebonden Agrarisch Bedrijf" gaf.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant tegen het herroepingsbesluit ongegrond, stellende dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden. De appellant stelde dat de beheersverordening wel verbindend was omdat feitelijk sprake was van wonen en dat anders het bestemmingsplan van toepassing moest zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beheersverordening onverbindend is omdat deze onbedoeld de bestemming van het perceel wijzigde zonder dat de raad feitelijk bestaand gebruik had vastgesteld. Hierdoor is het bestemmingsplan niet vervallen en geldt dat het college op grond daarvan bevoegd was handhavend op te treden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 december 2015, en herroept het besluit van 20 juli 2015. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van het gebruik van de mestscheidingsinstallatie is vernietigd en het college is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.