ECLI:NL:RVS:2022:3613
Raad van State
- Hoger beroep
- B. Meijer
- J. Gundelach
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan wegens onvoldoende landschappelijke inpassing en zorgvuldigheid
De raad van de gemeente Oosterhout stelde op 28 september 2021 het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013 (inclusief Lint Oosteind), herziening 28' vast, waarin vijf ruimte-voor-ruimtewoningen mogelijk worden gemaakt en een voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Milieuvereniging Oosterhout en een appellant voerden beroep aan tegen dit besluit. De appellant stelde dat zijn grondwerkbedrijf niet kan uitbreiden zoals eerder toegezegd, maar dit beroep werd ongegrond verklaard omdat geen toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel schenden.
Milieuvereniging Oosterhout stelde dat het plan in strijd is met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV), met name artikel 3.80 en 3.9, vanwege onvoldoende landschappelijke inpassing, en dat het plan niet zorgvuldig is vastgesteld omdat behoud van bomenrijen niet is verzekerd. De Afdeling oordeelde dat het plan niet voldoet aan de voorwaarde van goede landschappelijke inpassing en dat het plan daarom strijdig is met artikel 3.80, eerste lid, onder c, en artikel 3.9 van de IOV. Ook is het plan in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vastgesteld omdat behoud van bomenrijen niet voldoende is gewaarborgd.
De overige bezwaren van Milieuvereniging Oosterhout, zoals het ontbreken van stedelijke ontwikkeling, gevolgen voor het Natuurnetwerk Brabant en beschermde diersoorten, werden verworpen. De Afdeling draagt de raad op binnen zestien weken de geconstateerde gebreken te herstellen en wijst het beroep van appellant af. Over proceskosten wordt in de einduitspraak beslist.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende landschappelijke inpassing en schending van zorgvuldigheid, het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.