ECLI:NL:RVS:2022:3609
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit raad voor rechtsbijstand over vergoeding proceskosten coronaboete
Bij een strafbeschikking van 28 mei 2020 kreeg appellant een coronaboete opgelegd van €390. Hij stelde verzet in en vroeg via zijn advocaat een lichte adviestoevoeging (LAT) aan bij de raad voor rechtsbijstand, die dit aanvankelijk afwees omdat geen advocaat nodig zou zijn. Na bezwaar verklaarde de raad het bezwaar gegrond en verstrekte alsnog een LAT, maar weigerde de proceskosten te vergoeden omdat de onrechtmatigheid niet aan het bestuursorgaan was toe te rekenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de raad niet verplicht was de kosten te vergoeden. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de juridische complexiteit van de zaak voldoende was aangetoond en dat de raad had moeten informeren bij onvoldoende motivering.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad had moeten bellen om de aanvraag te completeren en dat het besluit van 22 juni 2020 herroepen moet worden wegens een aan het bestuursorgaan toe te rekenen onrechtmatigheid. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad voor zover het de kostenvergoeding betreft, en veroordeelt de raad tot vergoeding van de proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige behandeling van aanvragen voor rechtsbijstand, zeker bij complexe juridische kwesties zoals coronaboetes, en benadrukt het recht op vergoeding van proceskosten bij onrechtmatige besluiten van bestuursorganen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van de raad voor rechtsbijstand en veroordeelt de raad tot vergoeding van de proceskosten van appellant.