ECLI:NL:RVS:2022:3596
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor tijdelijke bewoning en kozijnplaatsing bijgebouw Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht verleende vergunningen aan de eigenaren van een perceel in Maastricht voor het plaatsen van aluminium kozijnen in een bijgebouw en voor tijdelijke bewoning van dat bijgebouw. Appellanten, buren van het perceel, maakten bezwaar tegen deze vergunningen en stelden dat de welstandscommissie onzorgvuldig had gehandeld en dat de tijdelijke vergunning onrechtmatig was verleend.
De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. Appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de welstandscommissie het bouwplan zorgvuldig had getoetst aan de welstandscriteria en dat het college terecht op het advies van de commissie had mogen vertrouwen. De afwijkingen in materiaal en kleur van de kozijnen werden als passend beoordeeld gezien de diversiteit in de omgeving en het ontbreken van specifieke monumentale bescherming.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd was om de tijdelijke gebruiksvergunning te verlenen en dat de termijn van 30 maanden niet onrechtmatig was, ook al was een aanvraag voor 24 maanden ingediend. De gestelde overlast door appellanten was onvoldoende om het besluit te vernietigen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.