ECLI:NL:RVS:2022:3592
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor supermarkt in strijd met bestemmingsplan in Sneek
Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân verleende op 3 april 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een supermarkt van circa 1.300 m² op een perceel in Sneek, in afwijking van het bestemmingsplan dat recreatieve doeleinden voorschrijft. De nieuwe supermarkt vervangt een bestaande supermarkt van 800 m² in dezelfde wijk. [Appellante], een concurrerende supermarktexploitant en bewoner, maakte bezwaar tegen deze vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kernpunten van het geschil waren de bevoegdheid van het college om de vergunning te verlenen zonder een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, en de strijdigheid met de Detailhandelsstructuurvisie 2013.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was omdat de gemeenteraad vooraf categorieën had aangewezen waarin geen verklaring van geen bedenkingen vereist is, waaronder activiteiten waarmee de raad planologisch heeft ingestemd. De Afdeling vond deze regeling voldoende concreet en rechtszeker. Ook was de activiteit waarvoor de vergunning werd verleend in wezen gelijk aan het plan waarmee de raad had ingestemd. Verder werd geoordeeld dat de vergunning niet in strijd was met de Detailhandelsstructuurvisie 2013, omdat de supermarkt binnen het wijkverzorgende niveau blijft en marktruimte aanwezig is.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.