ECLI:NL:RVS:2022:3583
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had de aanvraag op 20 juni 2022 ingewilligd, zonder een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris ongegrond.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienden, mede omdat deze reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord in een uitspraak van 30 november 2022.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gewezen door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van A.J.C. de Moor-van Vugt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.