ECLI:NL:RVS:2022:3512
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor wintertuin in beschermd stadsgezicht Roermond
Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een wintertuin, een glazen overkapping van een horecaterras, op een locatie met de bestemmingen 'Verkeer - Verblijfsgebied' en dubbelbestemmingen 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' en 'Waarde - Archeologie historische kern'. De Stichting Ruimte Roermond maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de bestemmingen de wintertuin niet toestaan en dat de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid niet correct was toegepast.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de Stichting ongegrond, waarna de Stichting hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 2.12 van de Wabo en de relevante planregels (artikelen 16.3.2 en 24.3.1), wel degelijk van toepassing is. De dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' doet de afwijkingsbevoegdheid niet af, mits aan de aanvullende voorwaarden wordt voldaan.
De Stichting voerde nieuw in hoger beroep aan dat een wintertuin niet gelijk is aan een winterterras, maar deze nieuwe beroepsgrond werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet eerder was aangevoerd en geen uitzondering op de regel van tijdige beroepsgronden geldt.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening blijft in stand.