ECLI:NL:RVS:2022:3480
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het asielverzoek van de vreemdeling niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank het toetsingskader van het Hof van Justitie inzake gezondheidsrisico's bij overdracht niet correct had toegepast. De vreemdeling had onvoldoende objectieve gegevens overlegd die een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand bij overdracht naar Duitsland aantonen.
De medische stukken toonden een complexe situatie met lymfekliertuberculose, maar niet dat overdracht tot een reëel risico op ernstige verslechtering leidt. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet verplicht was nader onderzoek te verrichten en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.