ECLI:NL:RVS:2022:3474
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 10 oktober 2022 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
De rechtbank had een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek vastgesteld, dat eenvoudig kan worden hersteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.