ECLI:NL:RVS:2022:3473
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar meerderjarige dochter te kunnen verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af, stellende dat er geen meer dan normale emotionele banden bestonden tussen de vreemdeling en haar dochter, en dat er daarom geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro was.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van de staatssecretaris wegens onvoldoende motivering en stelde vast dat er wel degelijk emotionele banden bestonden. De staatssecretaris stelde het bezwaar opnieuw ongegrond, maar ook dit besluit werd door de rechtbank vernietigd wegens een gebrekkige belangenafweging.
De staatssecretaris ging in hoger beroep, maar dit werd ongegrond verklaard omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van 8 juli 2021 omdat de staatssecretaris weliswaar het bestaan van emotionele banden erkent, maar deze niet heeft betrokken in zijn belangenafweging. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met een volledige belangenafweging en de vreemdeling te horen volgens de Awb.
Uitkomst: Het besluit van 8 juli 2021 wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen met een volledige belangenafweging.