ECLI:NL:RVS:2022:3469
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 20 september 2022 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 oktober 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
Bij de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling geen grieven had aangevoerd bij haar hoger beroep binnen de gestelde termijn. De Afdeling heeft haar daarop gewezen en een termijn gesteld om alsnog grieven in te dienen. Deze grieven werden echter niet tijdig ingediend. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Als gevolg hiervan wees de voorzieningenrechter ook het verzoek om voorlopige voorziening af en werd de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.M. Mercelina.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.