ECLI:NL:RVS:2022:3426
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep vreemdelingen
De vreemdelingen hadden hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag, maar trokken dit hoger beroep in nadat de staatssecretaris hen alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleende. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in een dergelijk geval het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris inderdaad tegemoet is gekomen aan de vreemdelingen door het verlenen van de verblijfsvergunning. Hierdoor was het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van € 2.277,00 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 23 november 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,00 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep door vreemdelingen.