ECLI:NL:RVS:2022:3417
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens ontbreken tussendeur in bedrijfsgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Texel heeft een last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaren van een bedrijfsgebouw omdat de doorgang tussen het oude en nieuwe deel van het pand niet was hersteld conform de omgevingsvergunning van 7 december 2017. De eigenaren hadden een tussendeur moeten aanbrengen die het oude en nieuwe deel verbindt, maar deze is nooit geplaatst.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaren tegen deze last onder dwangsom ongegrond. In hoger beroep betoogden zij onder meer dat zij op grond van toezeggingen van een ambtenaar mochten vertrouwen dat de tussendeur niet nodig was en dat handhaving onevenredig is vanwege privacybelangen. De Raad van State oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is omdat geen toezeggingen zijn gedaan en dat de eigenaren bij de vergunningaanvraag zelf de tussendeur hadden ingetekend.
De Raad van State concludeerde dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving in de weg stonden. Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit werden ongegrond verklaard, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt gehandhaafd.