ECLI:NL:RVS:2022:3210
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit legesheffing administratiekosten bij verlenging wapenverlof
Op 16 juli 2019 verlengde appellante de geldigheidsduur van haar drie wapenverloven. De korpschef van politie legde haar een onkostenvergoeding van €90,- op, bestaande uit €60,- voor de verlenging van het eerste verlof en €30,- administratiekosten voor de tweede en derde verlenging. Appellante betwistte de heffing van deze leges, stellende dat deze niet in haar individueel belang waren en dat er geen wettelijke grondslag voor de administratiekosten bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het heffen van leges voor de verlenging van een wapenverlof wel is toegestaan omdat het verlengen een individueel belang dient. Echter, de administratiekosten van €30,- ontbraken een wettelijke grondslag, aangezien deze alleen in de toelichting bij de regeling wapens en munitie werden genoemd en niet in de wet of regeling zelf.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit voor zover het de administratiekosten betrof en bepaalde dat de minister deze kosten niet mocht verhalen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. De uitspraak verving het vernietigde deel van het eerdere besluit van 20 juli 2020.
Uitkomst: De heffing van administratiekosten van €30 bij verlenging van het wapenverlof wordt vernietigd wegens gebrek aan wettelijke grondslag.