ECLI:NL:RVS:2022:3149
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid burgemeester tot opleggen last onder dwangsom wegens henneptoppen in woning
De burgemeester van Veendam legde op 3 februari 2020 aan de wederpartij een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, omdat in diens woning 36,8 gram henneptoppen werden aangetroffen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd dat de henneptoppen bestemd waren voor handel.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat de henneptoppen, in combinatie met andere aangetroffen goederen zoals transformatoren en contant geld, duidden op handel en dat de bewijslast bij de wederpartij lag om het tegendeel aan te tonen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat bij een hoeveelheid softdrugs boven 5 gram wordt aangenomen dat deze mede bestemd is voor verkoop, en dat de burgemeester terecht uitging van het gewicht van 36,8 gram, ondanks het ontbreken van een geijkte weegschaal.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester bevoegd was om de last onder dwangsom op te leggen en dat de enkele stelling van de wederpartij dat de henneptoppen verdord waren en niet meer verhandelbaar, onvoldoende was om het tegendeel aannemelijk te maken. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de wederpartij ongegrond, bevestigend dat de burgemeester bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen wegens handelshoeveelheid henneptoppen.