ECLI:NL:RVS:2022:3121
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake griffierecht bij intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok op 20 april 2021 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling in. De vreemdeling maakte bezwaar dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank wees het beroep op 7 april 2022 af en verwierp tevens het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens niet tijdige onderbouwing.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep op betalingsonmacht niet had ingewilligd. De Afdeling benadrukte dat een vreemdeling ook na afwijzing van een niet-onderbouwd verzoek om griffierechtvrijstelling de mogelijkheid moet krijgen dit alsnog te onderbouwen tot aan de uitspraak.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het niet bepaalde dat het betaalde griffierecht aan de gemachtigde van de vreemdeling wordt terugbetaald. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep. De overige onderdelen van het vonnis bleven in stand.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, griffierecht moet worden terugbetaald en proceskosten vergoed.