ECLI:NL:RVS:2022:3109
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardige bekering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 april 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 4 juni 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de wijze waarop de staatssecretaris opvolgende asielaanvragen beoordeelt, met name wanneer deze gebaseerd zijn op voortzetting van een eerder als ongeloofwaardig beoordeelde bekering, niet correct was toegepast. Dit oordeel was gebaseerd op een eerdere uitspraak van de Afdeling van 28 september 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2713).
Gelet hierop verklaarde de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de staatssecretaris, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.