ECLI:NL:RVS:2022:3074
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- P.H.A. Knol
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking Wnb-vergunning melkveehouderij wegens onjuiste gegevens en stikstofdepositie
Het college van gedeputeerde staten van Limburg trok op 19 september 2017 de Wnb-vergunning in die op 10 oktober 2016 aan appellant was verleend voor het wijzigen en exploiteren van een melkveehouderij te Nuth. Het college baseerde de intrekking op de stelling dat appellant niet langer beschikte over bestaande rechten vanwege een geheime overeenkomst tussen de pachter en provincie, en dat de vergunning in strijd was met wettelijke voorschriften omtrent stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
De rechtbank Limburg vernietigde het besluit tot intrekking en oordeelde dat appellant de exploitatie op basis van bestaande rechten mocht voortzetten en dat de geheime overeenkomst appellant niet te verwijten viel. Het college stelde hoger beroep in, stellende dat verwijtbaarheid niet relevant is en dat de bestaande rechten reeds waren benut voor externe saldering ten behoeve van de Buitenring Parkstad Limburg (BPL).
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat externe saldering vereist dat de saldogevende activiteit daadwerkelijk en blijvend is gestaakt, hetgeen niet voldoende was gewaarborgd door de geheime overeenkomst. Appellant had geen onjuiste gegevens verstrekt. De intrekking was daarom onrechtmatig. Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand vanwege het zwaarwegend maatschappelijk belang om een dubbele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te voorkomen.
Het incidenteel hoger beroep van appellant en het hoger beroep van het college werden ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit, maar behoudt de rechtsgevolgen om overbelasting van Natura 2000-gebieden te voorkomen.
Uitkomst: De vernietiging van het besluit tot intrekking van de Wnb-vergunning wordt bevestigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven in stand.