Uitspraak
200807857/1/R2, dat aan de Wet milieubeheer geen rechten kunnen worden ontleend in het kader van de Nbw 1998. MOB wijst er daarbij op dat in dit geval geen sprake is van intrekking van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, maar van het vervallen van een melding. Volgens MOB blijkt verder uit het besluit onvoldoende dat de verlening van de vergunning samenhangt met het vervallen van de melding en wordt op één van de in de beoordeling betrokken berekeningspunten geen milieuwinst gerealiseerd.
200604924/1), mitigerende maatregelen kunnen worden betrokken bij de ingevolge artikel 19f, eerste lid, van de Nbw 1998 te verrichten passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, heeft het college bij het bestreden besluit de gevolgen van de beëindiging van het bedrijf aan de Westelbeersedijk mogen betrekken. De verwijzing door MOB naar de uitspraak van de Afdeling in zaaknr. 200807857/1/R2, waaruit zou blijken dat aan de Wet milieubeheer geen rechten kunnen worden ontleend in het kader van de Nbw 1998, doet hieraan niet af, reeds omdat die uitspraak werd gewezen onder de Nbw 1998 zoals deze gold voor 1 februari 2009 en betrekking had op een andere situatie dan hier aan de orde.
200903784/1/R2volgt uit het arrest van het HvJ EG van 23 maart 2006, C-209/04, Commissie/Oostenrijk, punten 53-62, en het arrest van het HvJ EG van 14 januari 2010, C-226/08, Stadt Papenburg, punt 48 (www.curia.europa.eu), dat, indien voor een project voor afloop van de omzettingstermijn van de HR, te weten op 10 juni 1994, toestemming is verleend, de in artikel 6, derde en vierde lid, van de HR vervatte procedure voor voorafgaande beoordeling van de gevolgen van het project voor het Natura 2000-gebied niet geldt. In die uitspraak heeft de Afdeling eveneens overwogen dat de procedure voor voorafgaande beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde en vierde lid, van de HR evenmin van toepassing is als voor het project toestemming is verleend voor de datum van vaststelling van de lijst van gebieden van communautair belang, welke vaststelling heeft plaatsgevonden op 7 december 2004. Hierop bestaat een uitzondering indien het betrokken gebied is aangewezen als speciale beschermingszone in de zin van de VR. Aangezien het gebied Kempenland-West niet als zodanig is aangewezen doet deze situatie zich hier niet voor.