ECLI:NL:RVS:2022:3055
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering familiebanden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees aanvragen van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, zowel op grond van de afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen als verblijf bij familie (artikel 8 EVRM Pro). De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, die ongegrond werden verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris in het kader van artikel 8 EVRM Pro een belangenafweging moet maken waarbij moet worden vastgesteld of er meer dan normale emotionele banden bestaan tussen de vreemdeling en haar vader. Deze belangenafweging ontbrak in de motivering van de staatssecretaris, waardoor de grief faalde.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Tevens werd een griffierecht opgelegd aan de staatssecretaris.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de afwijzing en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.