ECLI:NL:RVS:2022:2937
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naamswijziging minderjarige ondanks bezwaar vader
De minister voor Rechtsbescherming heeft op 17 april 2020 een verzoek van de moeder ingewilligd om de achternaam van haar minderjarige zoon te wijzigen van de achternaam van de vader naar die van de moeder. De vader, die nooit met de zoon in gezinsverband heeft samengewoond, maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat door de minister en later door de rechtbank werd afgewezen. De vader stelde dat de moeder niet voldeed aan de formele vereisten van het Besluit geslachtsnaamswijziging, met name dat zij de zoon niet vijf jaar aaneengesloten heeft verzorgd en opgevoed, en dat de naamswijziging niet in het belang van het kind zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de door de vader overgelegde WhatsApp-berichten slechts een korte periode van zorg aantonen en onvoldoende zijn om te concluderen dat de moeder niet heeft voldaan aan de vijfjarige verzorgings- en opvoedingseis. De vader heeft bovendien nooit met de zoon samengewoond, waardoor zijn weigering niet aan de wijziging in de weg staat. De minister heeft het belang van het kind zorgvuldig afgewogen en vastgesteld dat de naamswijziging in het belang van de zoon is, mede omdat hij de naam van zijn moeder al in de praktijk gebruikt en zich met haar identificeert.
De Raad van State verwierp ook het betoog van de vader dat de moeder onrechtmatig handelde door al een paspoort met de nieuwe naam aan te vragen en dat hij zich gediscrimineerd voelt. De naamswijziging raakt de familierechtelijke betrekkingen niet en de zoon kan de wijziging als meerderjarige zelf ongedaan maken. Het hoger beroep van de vader werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vader tegen de naamswijziging van zijn minderjarige zoon wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.