ECLI:NL:RVS:2022:2932
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- G.T.J.M. Jurgens
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor wijziging melkveehouderij en beoordeling emissiefactoren en beweiden
De maatschap heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuwe rundveestal met emissiearm stalsysteem A1.13 en het weiden van melkvee. Het college verleende vergunning voor de stal, maar weigerde deze voor het weiden van het vee. MOB en Leefmilieu stelden beroep in tegen het besluit, waarbij de rechtbank de vergunning vernietigde vanwege onvoldoende zekerheid over de emissiefactoren en onjuiste weigering van de beweiding.
De Raad van State bevestigt dat het CBS-rapport en het CDM-advies concrete aanwijzingen geven dat de Rav-emissiefactoren voor emissiearme stallen de ammoniakemissie waarschijnlijk onderschatten. Hierdoor is het niet met voldoende zekerheid vast te stellen dat de wijziging van de veehouderij geen significante gevolgen heeft, waardoor een passende beoordeling vereist is.
Verder erkent de Afdeling dat het weiden van vee en het houden in stallen één project vormen dat in samenhang beoordeeld moet worden. De beoordeling van de effecten van het weiden kan plaatsvinden via intern salderen met bemestingsemissies, mits de referentiesituatie van bemesting zorgvuldig wordt vastgesteld aan de hand van de feitelijke landbouwgrond en planologische toestemmingen vanaf de referentiedatum.
De aanvraag van de maatschap moet worden aangevuld met gegevens over de gronden die voor beweiding worden gebruikt en de referentiesituatie van bemesting. Het hoger beroep van het college is gegrond, dat van MOB en Leefmilieu ongegrond. Het college dient een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de uitspraken.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de juiste emissiefactoren en beoordeling van beweiding.