ECLI:NL:RVS:2022:2909
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ondeugdelijke motivering bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf Syrië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 oktober 2018 de aanvraag van een Syrische vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Den Haag dit besluit wegens onvoldoende motivering, met name het ontbreken van een integrale belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De staatssecretaris stelde dat er slechts normale emotionele banden bestonden tussen de vreemdeling en haar in Nederland verblijvende zoon, maar de rechtbank oordeelde dat de veranderde omstandigheden, zoals de leeftijd en zorgbehoefte van de vreemdeling en de situatie in Syrië, onvoldoende waren meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de vernietiging van het besluit en oordeelde dat ook het latere besluit van 23 april 2021 ondeugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen, waarbij een volledige belangenafweging moet worden gemaakt en de vreemdeling gehoord moet worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen met een integrale belangenafweging.