ECLI:NL:RVS:2022:2860
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.W. van de Gronden
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rijgeschiktheid voor rijbewijscategorieën bij lichamelijke handicap met beperkte armfunctie
Betrokkene, met een aangeboren linkerarmafwijking en beperkte rechterarmfunctie, vroeg het CBR om een verklaring van geschiktheid voor rijbewijscategorieën B, BE, T, C en CE. Na medisch en praktisch onderzoek verklaarde het CBR hem onder voorwaarden geschikt voor lichte voertuigen, maar ongeschikt voor zware voertuigen (categorieën C en CE) vanwege het ontbreken van een fysieke basiseis: het actief en krachtig kunnen sturen met twee handen in noodsituaties.
De rechtbank oordeelde dat het CBR onzorgvuldig had gehandeld door niet nader te onderzoeken of in het geval van betrokkene van de vaste gedragslijn (de Notitie) afgeweken kon worden door het stellen van voorwaarden. Het CBR ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling stelt vast dat het CBR de vaste gedragslijn mag volgen en dat het advies van deskundigen voldoende is gemotiveerd. Hoewel het CBR niet heeft onderzocht of afwijkende voorwaarden mogelijk zijn, heeft het in hoger beroep toegelicht dat dergelijke voorwaarden of hulpmiddelen niet bestaan. De Afdeling vernietigt het besluit van het CBR, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand, waardoor betrokkene niet geschikt wordt verklaard voor categorieën C en CE.
De Afdeling wijst ook de proceskosten toe aan betrokkene en bepaalt dat het CBR het betaalde griffierecht moet vergoeden. De beslissing doet geen afbreuk aan het feit dat betrokkene ruim 30 jaar zonder problemen als vrachtwagenchauffeur heeft gewerkt, maar benadrukt dat de eisen voor noodsituaties bepalend zijn voor de geschiktheid.
Uitkomst: Het besluit van het CBR wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand, waardoor betrokkene niet geschikt wordt verklaard voor rijbewijscategorieën C en CE.