ECLI:NL:RVS:2022:2726
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering toeslagen over 2012
De zaak betreft het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om de zorgtoeslag en het kindgebonden budget van appellante over 2012 op nihil vast te stellen en de terugvordering van te veel ontvangen toeslagen te gelasten. De dienst baseerde dit op het gezamenlijke inkomen van appellante en haar toeslagpartner, waarbij het inkomen van de toeslagpartner was vastgesteld op € 71.016,00.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het inkomen van haar toeslagpartner onjuist was vastgesteld en in werkelijkheid lager lag. De rechtbank had echter geoordeeld dat het inkomen van de toeslagpartner onherroepelijk was vastgesteld op € 66.832,00 en dat appellante geen procesbelang had bij het beroep omdat zij de vaststelling en terugvordering van de toeslagen niet betwistte.
In hoger beroep bevestigt de Raad van State dit oordeel. De inkomensgegevens van de toeslagpartner zijn onherroepelijk vastgesteld en kunnen niet meer worden betwist. Omdat appellante de terugvordering niet heeft betwist, ontbreekt het aan procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.