ECLI:NL:RVS:2022:267
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing duurzaam verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 maart 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een document te verkrijgen dat duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan bevestigt, af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 16 september 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen dit laatste deel van de uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet ondanks het niet-horen van de vreemdeling in bezwaar, wat een schending van de hoorplicht betekende. De belangen van de vreemdeling, waaronder haar tijdelijke arbeidsongeschiktheid en wijze van levensonderhoud, waren onvoldoende betrokken.
De Raad van State vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen, waarbij de vreemdeling gehoord moet worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten; de staatssecretaris moet opnieuw beslissen en de vreemdeling horen.