ECLI:NL:RVS:2022:2585
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake terugkeer, inreisverbod en bewaring vreemdeling
Bij besluiten van 11 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.
De vreemdeling stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het proces-verbaal van ophouding niet expliciet het eindtijdstip van de ophouding hoeft te vermelden om de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming te toetsen. Uit de stukken blijkt dat de ophouding niet langer dan de maximale wettelijke duur van zes uur heeft geduurd. Het hoger beroep bevat geen verdere gronden die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.