ECLI:NL:RVS:2022:25
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aangeboden afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 14 juni 2021 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos naast een papierbak te verwijderen, omdat deze in strijd met de Afvalstoffenverordening was aangeboden. De doos was te herleiden tot appellante via een adreslabel. Appellante betwistte niet dat de doos van haar afkomstig was, maar stelde dat zij de doos correct in de papiercontainer had gedaan en dat de doos buiten haar schuld naast de container was beland.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college mocht aannemen dat appellante de overtreder was, tenzij zij aannemelijk maakte dat zij de doos niet verkeerd had aangeboden. Haar verklaring was onvoldoende om dit aannemelijk te maken, en de mogelijke scenario's dat de doos uit de container was gevallen of gehaald werden niet bewezen. Het college had bovendien toegelicht dat correct aangeboden afval niet zomaar buiten de container kan belanden.
Appellante voerde ook aan dat het spoedeisende karakter van bestuursdwang niet gerechtvaardigd was en dat de kosten niet in verhouding stonden. De Afdeling stelde dat het belang van een schone leefomgeving een spoedeisend belang vormt en dat de kosten van €126,00 een redelijke afrekening waren van de daadwerkelijke kosten van verwijdering.
Het beroep werd ongegrond verklaard en appellante hoefde geen proceskosten te ontvangen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang is ongegrond verklaard.