ECLI:NL:RVS:2022:2434
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 maart 2022 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en droeg hem op de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Tevens werd het verzoek om heroverweging van een eerder besluit van 19 juli 2021 afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover het verzoek om heroverweging werd afgewezen, waarna de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak zijn zowel de vreemdeling als de staatssecretaris in hoger beroep gegaan. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij niet uitgezet zou worden voordat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter achtte dit verzoek gegrond en bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 24 augustus 2022.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.