ECLI:NL:RVS:2022:2368
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 25 maart 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 augustus 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door dezelfde Afdeling was beantwoord, met name over de situatie in Italië voor statushouders.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.