ECLI:NL:RVS:2022:2247
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering drank- en horecavergunning wegens onvoldoende motivering slecht levensgedrag
De burgemeester van Nijmegen weigerde op 1 juli 2019 een drank- en horecavergunning aan appellant te verlenen vanwege antecedenten die volgens de burgemeester wijzen op slecht levensgedrag, waaronder het aantreffen van een hennepkwekerij in het pand van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de antecedenten samen genomen reden geven om van slecht levensgedrag te spreken en dat appellant geen redelijk vertrouwen kon ontlenen aan het niet intrekken van zijn eerdere vergunning.
In hoger beroep betoogde appellant dat niet iedere vermelding op het antecedentenoverzicht kan worden gebruikt om slecht levensgedrag aan te tonen, en dat hij niet betrokken was bij de hennepkwekerij. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom appellant van slecht levensgedrag was en hoe appellant dat had kunnen weten.
De Afdeling vernietigde het besluit en droeg de burgemeester op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het weigeren van vergunningen op grond van slecht levensgedrag en het toepassen van het vertrouwensbeginsel.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de drank- en horecavergunning wordt vernietigd.