ECLI:NL:RVS:2022:2208
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 juli 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 augustus 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 1 augustus 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden. Dit bedrag betreft kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. De beslissing waarborgt dat de vreemdeling tijdens de procedure niet wordt geconfronteerd met uitzetting en dat de proceskosten worden vergoed.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.