ECLI:NL:RBDHA:2022:9424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige biseksualiteit en problemen in Iran
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft sinds 2016 meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend. Zijn eerste aanvragen werden afgewezen wegens ongeloofwaardigheid. In zijn tweede opvolgende aanvraag stelt hij biseksueel te zijn en daardoor problemen te hebben ondervonden in Iran, waaronder een confrontatie met zijn vader na betrapt te zijn tijdens seksuele handelingen met een man.
De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat hij de biseksualiteit van eiser niet aannemelijk acht. Eiser betoogt dat hij consistent en gedetailleerd heeft verklaard over zijn seksuele gerichtheid en relaties, maar de rechtbank volgt de staatssecretaris in het oordeel dat de verklaringen summier, vaag en tegenstrijdig zijn, en dat eiser onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn belevingswereld.
De rechtbank benadrukt dat eiser al jaren in Nederland verblijft en op de hoogte was van de mogelijkheid om asiel te vragen op grond van seksuele gerichtheid, maar dit niet eerder heeft gedaan. Ook vindt de rechtbank de problemen die eiser in Iran zou hebben ondervonden niet geloofwaardig, mede vanwege tegenstrijdigheden en summiere verklaringen over zijn vertrek uit Iran.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af. Er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de biseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran.