ECLI:NL:RVS:2022:2201
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielverblijfsvergunning wegens grondrechtelijke inmenging tatoeage
De vreemdeling uit Afghanistan diende een asielaanvraag in op grond van zijn bekering tot het christendom, ondersteund door een tatoeage van een christelijk kruis. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering en de mogelijkheid dat de vreemdeling de tatoeage kan verwijderen of bedekken.
De rechtbank oordeelde dat de eis tot verwijderen of wijzigen van de tatoeage geen onrechtmatige inbreuk op het grondrecht op lichamelijke integriteit vormt. De Raad van State stelt echter dat deze eis wel degelijk een inmenging is die een wettelijke basis vereist, welke ontbreekt.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Bij hernieuwde beoordeling moet rekening worden gehouden met het feit dat de vreemdeling niet verplicht kan worden de tatoeage te verwijderen of te bedekken, en moet worden beoordeeld of hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onrechtmatige inmenging in het grondrecht op lichamelijke integriteit.