ECLI:NL:RVS:2022:2187
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen inwilliging verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 18 november 2021 verleende de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, dat niet-ontvankelijk werd verklaard op 24 februari 2022.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich niet op nieuwe of fundamentele rechtsvragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming zouden dienen. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat er geen procesbelang is bij beroep tegen een inwilligend asielbesluit zolang de verleende verblijfsvergunning geldig is.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 28 juli 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.