ECLI:NL:RVS:2022:2136
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 april 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord. Het hoger beroep bood geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde zij de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.H. van Breda op 27 juli 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.