ECLI:NL:RVS:2022:2068
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E.A. Minderhoud
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugs- en wapenbezit in kwetsbare wijk Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam heeft bij besluit van 25 maart 2019 de woning van appellante in Rotterdam voor zes maanden gesloten wegens de aanwezigheid van soft- en harddrugs, wapens en goederen voor drugshandel. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze sluiting ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak inhoudelijk behandeld en overwogen dat de burgemeester terecht mocht aannemen dat er sprake was van drugshandel vanuit de woning, gelet op de omvangrijke vondsten verspreid over de woning, waaronder in de kinderslaapkamer. De burgemeester mocht aannemen dat appellante op de hoogte was van deze situatie en geen actie heeft ondernomen om dit te beëindigen.
De Raad van State heeft de proportionaliteit van de sluiting getoetst aan het evenredigheidsbeginsel zoals neergelegd in de Awb en de beleidslijn van Rotterdam. Ondanks de nadelige gevolgen voor appellante en haar kinderen, waaronder tijdelijke huisvesting bij haar moeder en het risico op uithuisplaatsing, oordeelde de Afdeling dat de belangen van de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de kwetsbare wijk zwaarder wegen. De sluiting van zes maanden is daarmee noodzakelijk en evenwichtig.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De sluiting van de woning voor zes maanden wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.