ECLI:NL:RVS:2022:2018
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel Eritrese vreemdeling wegens risico militaire dienstplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 juli 2020 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, die sinds zijn eerste levensjaar in Saoedi-Arabië verbleef en nooit in Eritrea heeft gewoond, stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Uit een gelijktijdige uitspraak blijkt dat Eritrese mannen die de militaire component van de nationale dienstplicht moeten vervullen, een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro. De vreemdeling is onopgeleid, heeft geen netwerk in Eritrea en valt binnen de leeftijdscategorie voor actieve dienstplicht, waardoor hij een vergrote kans loopt op militaire dienst.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling terecht een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Eritrea en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.897,50 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.