ECLI:NL:RVS:2022:2013
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 10 mei 2021 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 juni 2022 het besluit vernietigde en het beroep gegrond verklaarde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen. Na beoordeling van de ingediende stukken besloot de voorzieningenrechter dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 13 juli 2022 door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.