ECLI:NL:RVS:2022:2007
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.W. van de Gronden
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit politie inzake weigering inzage persoonsgegevens appellant
Appellant verzocht op 28 februari 2019 om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens door de politie-eenheid Den Haag sinds 2015. De korpschef weigerde gedeeltelijk inzage in bestuurlijke rapportages op grond van artikel 27 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg), vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor opsporing en vervolging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep en betoogde onder meer dat handhaving van de openbare orde niet onder de toepassingsbereik van de Richtlijn valt en dat de korpschef onvoldoende had gemotiveerd waarom volledige weigering noodzakelijk was.
De Afdeling oordeelde dat de verwerking van persoonsgegevens in de bestuurlijke rapportages wel onder de Richtlijn valt, omdat deze betrekking heeft op nationale veiligheid en openbare orde. Echter, de motivering van de korpschef voor volledige weigering inzage was onvoldoende concreet en specifiek, waardoor niet kon worden ingezien waarom volledige onthouding noodzakelijk en evenredig is.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand waren gelaten, en droeg de korpschef op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is en werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef politie om inzage in bestuurlijke rapportages te weigeren is vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen.