ECLI:NL:RVS:2022:1969
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in harddrugs en evenredigheid van bestuursdwang
De burgemeester van Rotterdam heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning voor zes maanden gesloten nadat bij een brand in de keuken handelshoeveelheden cocaïne, MDMA en versnijdingsmiddelen werden aangetroffen. De woning was in gebruik van appellant, die verantwoordelijk werd gehouden voor de situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de sluiting ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met de ernstige gevolgen voor hem, zoals de ontbinding van de huurovereenkomst en plaatsing op een zwarte lijst voor sociale huurwoningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de sluiting noodzakelijk was om de openbare orde te beschermen. De evenredigheidstoets wees uit dat de nadelige gevolgen voor appellant niet zwaarder wegen dan de ernst van de situatie, mede omdat appellant geen bijzondere binding met de woning had, niet permanent verbleef en er geen minderjarige kinderen betrokken waren.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens handel in harddrugs en verklaart het hoger beroep ongegrond.