ECLI:NL:RVS:2022:1936
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitspraak rechtbank over invordering dwangsommen door gemeente Soest
In deze bestuursrechtelijke zaak verzocht het college van burgemeester en wethouders van Soest de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 2 augustus 2021 te schorsen. De rechtbank had het beroep van de wederpartij tegen een besluit van 15 oktober 2020 gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het primaire besluit van 18 juni 2020 herroepen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek van het college toegewezen en de uitspraak van de rechtbank geschorst als ordemaatregel. Het college heeft daarbij toegezegd dat het de wederpartij alleen schriftelijk zal aanmanen tot betaling, dat geen rente en aanmaningskosten verschuldigd zijn zolang er geen definitieve uitspraak is in de bodemprocedure en zes weken daarna, en dat geen betaling hoeft te worden gedaan indien de bevoegdheid tot invordering van de dwangsommen verjaard is.
Daarnaast heeft het college toegezegd de proceskosten van de wederpartij te vergoeden voor het verschijnen ter zitting. De schorsing betreft een voorlopige voorziening in afwachting van de definitieve uitspraak in de bodemprocedure.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 2 augustus 2021 als voorlopige voorziening.