ECLI:NL:RVS:2022:1879
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek afvalligheid
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die op 4 mei 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling gestelde afvalligheid onvoldoende had onderzocht en beoordeeld. Afvalligheid betekent dat iemand zich afwendt van het geloof waarmee hij is opgegroeid of dat hij als zodanig wordt gezien door zijn sociale omgeving of overheid.
Gelet op het onvoldoende onderzoek naar deze afvalligheid werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris moet opnieuw op de aanvraag beslissen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de aanvraag moet opnieuw worden beoordeeld.