ECLI:NL:RVS:2022:1856
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 december 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde uitstel van vertrek. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 22 juni 2022. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt, mede gelet op eerdere jurisprudentie. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten van € 759,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 29 juni 2022 door voorzieningenrechter B. Meijer, die daarmee de belangen van de vreemdeling beschermde tijdens de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.