ECLI:NL:RVS:2022:1821
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake overdracht vreemdeling aan Denemarken
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de termijn voor overdracht van een vreemdeling aan Denemarken met 12 maanden verlengd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opname in de nationale asielprocedure. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen af en besluit dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Deze uitspraak betreft een voorlopige voorziening die de uitvoering van een lagere rechterlijke uitspraak tijdelijk opschort in afwachting van een definitieve beslissing op hoger beroep.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.