ECLI:NL:RVS:2022:1692
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijzigingsplan woonbestemming wegens onzorgvuldige planregels landschappelijke inpassing
Het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal stelde op 20 april 2021 een wijzigingsplan vast dat voorziet in het beëindigen van een aardbeienkwekerij en het toestaan van drie woningen op de planlocatie. Appellant, die druiven teelt op een aangrenzend perceel en recreatiewoningen exploiteert, vreesde beperkingen in zijn bedrijfsvoering door de nieuwe woningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het wijzigingsplan, waarbij appellant onder meer betoogde dat de spuitzone onvoldoende werd gerespecteerd en dat de landschappelijke inpassing niet goed was geborgd. De Afdeling oordeelde dat het college terecht een afstand van 50 meter hanteerde voor de spuitzone en dat rekening houden met een mogelijke toekomstige verandering van het agrarisch gebruik niet noodzakelijk was.
Wel stelde de Afdeling vast dat in artikel 5.1.1 van de planregels abusievelijk werd gesproken over "Te behouden bomen" terwijl slechts één boom binnen het plangebied bedoeld was. Dit leidde tot een onzorgvuldige voorbereiding in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb. De Afdeling vernietigde het besluit voor zover dit onderdeel betreft en wijzigde de planregel in "Te behouden boom".
Het college werd opgedragen deze wijziging binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan op www.ruimtelijkeplannen.nl. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het wijzigingsplan is vernietigd voor het onderdeel van de planregels over behoud van bomen en aangepast in de uitspraak.